Bloedlijnen

Binnen het ras Lusitano zijn er verschillende types te vinden. Voor buitenstaanders is het verschil tussen een P.R.E. (Andalusiër) en Lusitano al niet erg duidelijk (De stamboeken gingen ook pas ruim twintig jaar geleden uit elkaar, maar het land van herkomst - Spanje en Portugal - bepaalt het ras en gebruiksdoel). Toch kan men spreken over verschillende bloedlijnen in de fokkerij van Lusitano's.
Belangrijke lijnen worden gevormd door Veiga, Andrade en Coudelaria Nacional. 
Een tak apart in de Lusitano-fokkerij is de Alter Real.

Veiga

Veiga is waarschijnlijk de zuiverste Portugese kant. De raskenmerken zijn vooral in het hoofd terug te MANUEL TAVARES VEIGA vinden. Ze hebben vaak een wat langer hoofd en de convexlijn (bol i.p.v. recht) komt regelmatig terug samen met wat grotere oren. Ze hebben een wat aristocratischere uitdrukking. De manen van de Veiga's zijn over het algemeen steil en niet zo weelderig als de barokke types. Ze zijn zwaarder en hebben een stevig beenwerk met best stevige hoeven. Het lichaam is wat lang gelijnder en ze zijn wat dressuur gerichter gefokt, omdat ze ruimere vlakke en stuwender gangen hebben. Veiga groeien meestal eerst de hoogte in en daarna in de breedte. De Veiga's zijn vaak schimmels. Als er bruinen zijn, dan zijn er ook met een bles mogelijk.

 

Andrade

Andrade heeft een wat oriëntalere uitdrukking. In de Andrade papieren zijn vaak Cartujano's uit Spanje terug te vinden. Ze zijn als type wat ronder en korter (wat barokker). Andrades zetten ook Casa d'Andrade gemakkelijker hun neus open tijdens het werk. In deze lijnen zie je vaker krulligere manen en weelderige staarten. Het beenwerk is fijner te noemen met kleinere hoger hoeven. Het gangenwerk is iets meer verheven en het rondzwaaiende voorbeen komt wat meer voor dan bij de Veiga's. Andrade heeft wat meer kleurschakeringen. Schimmel komt ook daar wel het meeste voor, maar door de invloeden van buiten af zijn er meer kleurvarianten. De bruinen hebben vaak een metaalglans over zich. Veel wit bij een bruin of zwart paard is nooit gewenst en zou zelf op een "arabisch" geen kunnen wijzen.....

Coudelaria Nacional

De staatsstoeterij van Portugal heeft altijd veel uitwisseling gehad met de Spaanse Cartujano-fokkers en ook met de Spaanse militaire stoeterij, de Yeguada Militar. De paarden waren in het begin vrij klein van stuk, kleiner dan de Andrade's die ook van de Cartujanos afstammen. Hun hoofden waren - doordat de Spanjaarden de ramsneuzen aan het begin van de 20e eeuw niet meer wilden hebben - fijner, korter en met minder ramsneus dan bijvoorbeeld de Veiga's.
Een van de bekendste paarden van de Coudelaria Nacional, en de bekendste merrie bij de Lusitanos, was de merrie Hucharia. Zij staat aan het hoofd van een eigen bloedlijn, net als 5 andere hengsten.
Verder is de hengst Jamonero III te noemen, een Terry-hengst die door de Coudelaria Nacional werd gebruikt en veel erg goede nakomelingen gaf, zoals de hengst Jaquetao.
De Coudelaria Nacional-paarden hebben een heel fijn rustig temperament, zijn compact en mooi gebouwd. Hun hoofden zijn vaak bijna recht qua profiel. Ze zijn allemaal schimmel.

Alter Real

Alter Real is een aparte lijn in de Lusitano wereld. Een Alter is een Lusitano, maar niet ieder Lusitano is een Alter. Iets meer dan 250 jaar geleden richtte het Portugese koningshuis een stoeterij op om paarden te fokken die konden dienen voor het hof, met kwaliteiten voor de Hoge School. Ze begonnen met ruim zestig merries die uit Spanje gehaald werden. Deze werden gedekt door Lusitano's in Portugal. Vanaf dat moment gaat die tak zijn eigen weg. Soms werden er hengsten van buitenaf bijgehaald om vers bloed aan te voeren. De Alter Real is over het algemeen bruin met zo weinig mogelijk aftekening. Als ze als schimmel of bijv. vos geboren worden gaan ze meestal naar de veiling. Elk jaar op 24 april worden die dieren die de Stoeterij zelf niet gebruikt ter veiling aangeboden. Het is dus moeilijk om aan een echt goede Alter te komen...

Ontwikkelingen

Steeds meer jonge fokkerijen hebben als uitgangspunt om Veiga en Andrade lijnen te combineren. Een belangrijke keuze is nog wel vaak de functionaliteit. De paarden werden oorspronkelijk gefokt voor het stierengevecht. Tegenwoordig wordt rekening gehouden met de modernere dressuursport en zelf het springen. Lusitano's zijn door hun uithoudingsvermogen ook uitermate geschikt voor endurance en de samengestelde wedstrijdsport. Voor aangespannen werk zijn de diverse kampioenen ware reclame. Wat alle bloedlijnen wel als gezamenlijke factor behoren te hebben is wendbaarheid, elasticiteit en goed karakter. Raskenmerk is ook de stevige hals. Met al zijn kracht moet het paard bereid zijn zich te geven en de ruiter te dienen. De Portugezen omschrijven dit als gedienstigheid. Vroeger waren de Lusitano's niet erg groot maar Portugezen worden tegenwoordig ook steeds langer en daardoor komen bij beide types steeds meer grotere paarden voor. Toch blijft het ijzersterke beenwerk behouden. Droge benen en sterke hoeven zijn een kostbaar bezit tegenwoordig. Als daar ook nog een super karakter en vijfsterren comfort bij komt is de keuze waarschijnlijk niet moeilijk meer.